Na twee maanden zijn Michel en Hella terug in Amsterdam. Nog steeds lig ik in het ziekenhuis.
'Wanneer mag je naar huis?' wil Michel weten. 'Kun je in het ziekenhuis al vertalingen doen? Heeft 1'Ami de persoonsbewijzen nog steeds niet klaar? Je moet er met hem over praten als hij je komt opzoeken. Les frères staan er op dat hij een nauwkeurige berekening maakt van zijn kosten. Er komen twee frères naar Amsterdam, ze willen jou spreken, ook over andere zaken.' 'Hier, in het ziekenhuis?' 'Waar anders?'
Ik praat zo zacht mogelijk met de twee frères naast mijn bed, want niemand mag weten waar we het over hebben. Zij buigen zich over mijn gipsbeen om er de handtekeningen van de zusters op te bewonderen, en luisteren naar mij. Mijn buurman moest eens horen wat er wordt besproken. Het lijkt hier wel het centrum van de wereldrevolutie.
Terwijl 1'Ami me door zijn bolle brilleglazen aankijkt, leg ik een vinger op mijn mond. Hij praat zo hard, steeds moet ik hem waarschuwen, ik lig hier toch niet alleen op de zaal. En nu zegt hij: 'Ik zou ook Franse staatspapieren kunnen maken.'
Meent hij wat hij zegt? Het lijkt me je reinste fantasterij. Franse staatspapieren. Om die aan te bieden moet je relaties hebben op de beurs. Bovendien, die dingen zullen toch wel geregistreerd zijn? Het zou veel te gevaarlijk wezen, antwoord ik. L'Ami vraagt mij smalend wat ik daarvan af weet. Wist hij niet, dat ik nog eens bij een bank heb gewerkt? Hij is met geld in de war, dat kun je gewoon in omloop brengen, obligaties niet. Nu verzekert 1'Ami mij
292