Verzet kwam hij bij de politieke opsporingsdienst. Zou hij als revolutionair nog wel betrouwbaar zijn? Alles liep toen door elkaar, ook andere linkse elementen werkten bij de opsporingsdienst, uitsluitend om op NSB'ers en op nazi's te jagen. Daarna had hij een metaalbedrijfje, dat failliet ging. Hij vertrok uit Amsterdam, en heel toevallig kwam ik hem enige maanden geleden tegen op de pier van IJmui-den. 'Hier heb je mijn nieuwe adres', zei hij voordat hij zijn hengel weer uitwierp, 'je kan nooit weten waar het goed voor is.'
Al die overwegingen jagen door mijn hoofd. Zou ik het Ben Ahmed vertellen? Hem een toezegging doen zonder er eerst met Michel over te spreken? Ik kan hem toch niet met lege handen laten vertrekken? Natuurlijk zal Michel het toejuichen. En aarzelend vertrouw ik Ben Ahmed toe:
'Misschien weet ik iemand, ik zal mijn best doen.'
Ab aarzelt geen ogenblik. Ja, daar wil hij wel aan meedoen, zegt hij, en rolt tussen zijn korte wijsvingers en duimen een sigaret, likt even aan het papier. Wat hij ervoor nodig heeft? Een degelpers in de eerste plaats, goed papier natuurlijk ook en stempels die hij zelf kan maken. Hoeveel het kost? Dat valt reuze mee, vijfhonderd gulden misschien. Ik kan wel juichen, wat zal Michel blij zijn. Zal ik het andere ook vragen? Misschien heeft hij wel een contact uit het verzet. Zou hij het mogen weten? Zeur niet, als hij persoonsbewijzen gaat maken is hij verder ook wel te vertrouwen. Vroeger had hij een metaalbedrijfje, misschien weet hij wel hoe ze worden gefabriceerd. Langs mijn neus weg vraag ik of hij weet hoe je aan wapens kunt komen.
'Hier in Nederland? Dat is zo makkelijk niet. Maar het
287