krijgt de onmogelijkste opdrachten en hij moet ze wel uitvoeren om niet te worden uitgeschakeld. Wij moeten hem koste wat kost helpen. Begrijp je?' Ik knik, en Michel vervolgt: 'Morgenmiddag zul je hem ontmoeten. In elk geval moeten wij helpen. En nog iets: de frères mogen niets weten over tegenstellingen die er bij ons bestaan. Zij zijn door de stalinisten en reformisten in de steek gelaten, en zij zien ons als een vast, aaneengesloten blok. Ze hebben de indruk dat we een grote beweging zijn, en over onze zwakte dus ook geen woord.'
Een taxi brengt ons naar een Rotterdams vakbondskantoor, Ben Ahmed en mij. Hij heeft me gevraagd of we het Algerijns Bevrijdingsfront aan wapens kunnen helpen, een vraag die me doet schrikken. Daar moet je contact voor hebben met de onderwereld, en die is mij volstrekt vreemd. Bovendien: wapens? Brengt dat de beweging niet in gevaar? Ja, de echte revolutionair helpt de koloniale revolutie desnoods met wapens, heeft Trotski ons geleerd, terwijl de centrist weliswaar met de koloniale revolutie sympathiseert, de revolutionair voor de rechtbank zal verdedigen, vlammende artikelen zal schrijven, maar niet de daad bij het woord zal voegen. En juist omdat wij woord en daad pogen te verenigen, ben ik bij de Vierde Internationale. Juist daarom sta ik aan de kant van Michel. Plotseling herinner ik mij, dat vader me uit het joodse werkkamp in Gijselte schreef dat ik hem een bus aceton moest sturen. Omdat ik wist dat hij er zijn barak mee in brand wilde steken, negeerde ik zijn verzoek, hoewel de schoenmakerij, waarin de aceton zich bevond, zijn eigendom was. De nazi's zouden onmiddellijk wraak nemen, hield ik mij voor, ook op ons gezin, als ze de dader vonden. En ik
284