graag willen, maar is iemand van het tweede plan al denkt hij van niet, en voor de Internationale zeker niet aanvaardbaar.
Zwijgend komt Ernest binnen, gevolgd door Pierre en Livio. Zij gaan zitten zonder een woord te zeggen.
'Alors?' vraagt Michel.
Ernest spreekt namens de meerderheid, verklaart hij nadrukkelijk: 'Wij protesteren ertegen dat Michel ons in een dwangpositie heeft gebracht. De politieke tegenstellingen zijn niet zo scherp, dat zijn aftreden als secretaris van het Internationaal Secretariaat gerechtvaardigd zou zijn, en wij begrijpen niet waarom hij zich niet in Napels wil vestigen.'
'Dat weet je heel goed', interrumpeert Michel.
'In elk geval willen we niet dat je aftreedt.'
'Wie is voor Amsterdam?' vraagt Michel voor de tweede keer. Vijf handen gaan omhoog.
Amsterdam
'Hello, mister Sal?'
Michel is aan de telefoon, en spreekt mij met een grapje aan. Hij belt elke dag op, nu zij in Amsterdam wonen en voorlopig beschikken over de huiskamer van Mien Sneevliet.
Doezelend, nauwelijks wakker na de nachtdienst bij Het Vrije Volk, en met bonzend hart, heb ik mijn antwoorden klaar: 'Ja, vandaag zal ik de kopij voor Fourth International naar Haarlem brengen.' En als Michel mij vraagt of ik voor het eind van de week een discussieartikel
282