niet zo is zijn ze bang voor hun neutraliteit. Toen Hitier na de Kristallnacht in 1938 op grote schaal pogroms organiseerde en duizenden Duitse joden naar Nederland wilden vluchten, werden ze aan de grens tegengehouden als ze geen geldige papieren hadden. Moeders gooiden in wanhoop hun kindje over de grens, vertelde een militaire politieman ons tijdens de mobilisatie, en zij moesten die dan teruggooien. Loopjongens. De politie stond mee in de rij om joden van huis te halen. Het is me nogal een lekker stelletje. En dan het Internationaal Secretariaat in Nederland. Dat zou nooit goed gaan. Verlegen kijk ik Michel aan, als ik antwoord: 'Ik geloof niet dat Holland het geschikte land is.' Als hij maar niet denkt dat ik bang ben, dat is het niet, en hoe moet ik het duidelijk maken? 'Wat mij betreft zou ik het fijn vinden', vervolg ik, 'maar het land is veel te klein, niets blijft er verborgen.'
Michel fronst even zijn wenkbrauwen: 'Je hebt op het laatste Congres gezegd, dat je in Nederland mogelijkheden kent om les frères algériens te helpen', merkt hij heel beslist op. Dat is waar. Er werd toen gesproken over de Franse arbeidersbeweging, die de Algerijnen in de steek liet. Een regering van de socialist Guy Mollet, die de Algerijnen martelde en onderdrukte. Een communistische partij die haar leden royeerde als zij het waagden het Algerijnse Bevrijdingsfront te ondersteunen. 'De Algerijnen zijn op dit ogenblik de enige actieve revolutionaire kracht', had Michel gezegd. 'Je had de Algerijnse arbeiders moeten zien marcheren, op de laatste i-mei-demonstratie in Parijs. Met een bezetenheid en vastberadenheid, waar de Franse arbeiders heel wat van kunnen leren. Er is hier malaise in de arbeidersbeweging, ieder denkt aan zichzelf en wil profiteren van de hoogconjunctuur. Ze
277