ontwikkeling volgen. Dat snap ik toch niet. Trotski schreef artikelen over situaties in landen ver weg, het heeft mij altijd verwonderd waar hij het inzicht vandaan haalde. En nu geldt het voor Michel.
Even later komt Michel thuis, gaat met Hella naar de keuken. Zij spreken snel en ingehouden, in hun moedertaal, die ik niet versta. Het is heel begrijpelijk dat zij geheimen hebben, en ze hoeven mij ook niet alles aan mijn neus te hangen. In de illegaliteit was het niet anders. Wat je niet wist, wist je niet, en dat was verreweg het beste.
Nu stapt Michel de kamer binnen, zegt mij gedag, vraagt hoe het in Nederland gesteld is, en of thuis alles goed gaat. Intussen dekt hij de tafel, en als ook Hella binnenkomt met een bak sla, schenkt Michel ons alle drie een glas wijn in. Zij zijn altijd gastvrij, en gul. Weer praten ze samen, onverstaanbaar voor mij, al hoor ik soms mijn naam noemen. Zouden ze iets willen vragen? Dat doet Michel meestal pas na een hele tijd, nooit valt hij met de deur in huis. Zoiets krijg je wel door op den duur; had ik maar zoveel tact. Dan heb je het veel gemakkelijker.
'Hoor eens Sal', zegt hij nu, en terwijl hij me aankijkt knijpt hij zijn linkeroog iets toe. 'Denk jij dat het Internationale Secretariaat zich in Amsterdam zou kunnen vestigen?'
Ik schiet in de lach. Elke scheet die je er laat, horen ze aan de overkant, of bij de bovenburen. De bakermat der democratie, het zou wat. Net als Uruguay, daar slaan ze zich ook op de borst om hun democratische vrijheden, maar als je er wat langer bent geweest kijk je er wel doorheen. Nergens hebben buitenlanders zo weinig te vertellen als in Nederland. De regering is meestal de loopjongen van een of andere buitenlandse regering. En zelfs als het
276