bijwonen. Zij zal mijn reis betalen, dan kan ik intussen een nieuwe datum voor de boot afspreken. Ik mompel 'ja', maar ben totaal door mijn fut heen.
Eindelijk, drie maanden later dan hij had beloofd, komt Posadas in Santiago aan. Ditmaal is hij niet erg vriendelijk. Hij verwijt me mijn besluit, naar Nederland terug te keren. Ik ben ervan overtuigd dat hij mij zoveel mogelijk gemeden heeft om niet samen met mij gezien te worden, en misschien is dat niet eens zo gek. Zijn leven is geworteld in Latijns-Amerika, en contact met een lid van het Internationaal Secretariaat kan hem wellicht opbreken. Maar waarom dan al die praatjes? Hij houdt mij als een strenge schoolmeester voor, dat een beslissing tot terugkeer alleen door het Internationaal Secretariaat kan worden genomen. Het is pequeho burgués, kleinburgerlijk, individualistisch, om persoonlijk dergelijke beslissingen te nemen. 'Jij handelt onder de druk van je vrouw', beweert hij. Dan laat ik hem het telegram zien, waarin Bep zegt: blijf daarginds. Het is mijn eigen besluit, en daar kan geen sterveling meer iets aan veranderen. 'Jij hebt me duizend beloften gedaan, en me steeds weer voor de gek gehouden', antwoord ik verbitterd. 'Als een voetballer die natrapt heb je me te pakken genomen.' Razend van woede trapt Posadas de bal terug. 'Je denkt toch niet dat ik me maar zo kan verplaatsen? Als ik van huis wegga is het ook voor maanden, en dan moet ik eerst van alles in orde maken', zegt hij hees.
'De kameraden uit Parijs groeten je', meldt Pierre, als we even samen zijn, kort nadat hij bij Santiago is geland. 'Er is hier nogal wat kritiek op je, je schijnt met iedereen conflicten te hebben.' Even ben ik verwonderd, want hij heeft
263