en discussieer met hen over de betekenis van de volslagen verlamming waarin de beweging zich ook hier schijnt te bevinden. Niet om hen te overtuigen, maar ik wil zelf weten waar ik aan toe ben, en vooral, mijn reis mag niet nutteloos zijn geweest. Ook in Chili is de politieke arbeidersbeweging zwak. De Socialistische Partij is niet veel meer dan een sekte, maar geniet de laatste tijd toch enige populariteit. Sommige kameraden willen als linkse stroming toetreden, te meer daar er sprake is van een fusie met een andere kleine socialistische partij. Dat zou grootse perspectieven bieden. Mijn vriend en weldoener Leonardo is er faliekant tegen. Terwijl hij mij en enige Chileense partijgenoten, die voorstander van het intreden in de socialistische partij zijn, vervoert ontstaat er een fikse ruzie. Leonardo stopt, en zijn kameraden verlaten woedend de auto. Ik schaam me omdat ik blijf zitten, hoezeer ik het ook met hen eens ben. Een conflict met Leonardo zou alles in gevaar brengen wat na al die pijn bereikt is: de mogelijkheid me staande te houden, een verblijfsvergunning te krijgen, mijn gezin te laten overkomen, en, als Posadas eens zal komen, hier mee te werken aan het Latijns-Amerikaans Bureau.
Twee maanden in Santiago zonder Posadas. Er komt een verslag van het Internationaal Secretariaat, waarin ik lees dat de langdurige afwezigheid van Sal uit Europa diens lidmaatschap van het IS zinloos heeft gemaakt. In zijn plaats is Livio gekozen. Michel heeft niet eens te moeite genomen, mij er persoonlijk van in kennis te stellen. Het is al zo verschrikkelijk moeilijk hier, en als ik nu ook niet meer wordt gedekt door de autoriteit van het Internationaal Secretariaat weet ik helemaal niet meer waar ik moet blijven.
258