heb. Terwijl ik op mijn horloge kijk, laat hij me trots een stuk graniet uit zijn mijn bewonderen. Als ik de trein maar haal. In zijn auto jaagt hij me naar het station, koopt haastig een kaartje eerste klas, 'want tweede klas kun je hier niet reizen', verzekert hij me. De trein zet zich al in beweging, en op het nippertje spring ik in een tweedeklascoupé waar Indiaanse boeren en arbeiders op banken of op de grond zitten. 'Wij zijn Chilenen', verklaart een man naast me vriendelijk, en reikt me een fles aan, die van mond tot mond gaat. Mijn keel brandt af tot in mijn slokdarm. Steeds weer ben ik aan de beurt, en weigeren durf ik niet, uitdrukkelijk heeft Posadas me ervoor gewaarschuwd: 'Beledig de mensen niet door een onbeleefd gebaar, want ze zijn trots en grijpen zo naar het mes.'
Montevideo
Nauwelijks ben ik terug in Montevideo, of Carla vertelt mij dat ze geld heeft kunnen organiseren voor de overkomst van Bep en de kinderen. Dat schrijf ik meteen naar huis, en verlang dat moeder Mien met ze mee komt. Michel stuur ik mijn retourbiljet terug, dat hij nu te gelde kan maken. 'Gelukkig schijnt het wat beter met je te gaan', antwoordt hij. Heb ik zijn artikel over de dood van Stalin ontvangen? Ben ik het ermee eens, dat deze zichzelf al had overleefd, en dat wij een periode van crisis in het stalinisme tegemoet gaan?
Alweer een maand in Montevideo, en Posadas zwijgt opnieuw in alle talen. Het maakt mij wanhopig en ik schrijf aan Bep: 'Je zal wel de kluts kwijt raken door al die tegenstrijdige berichten. Op het laatst weet je niet meer
2-54