mee te werken aan de opbouw van secties in Latijns-Ame-rika. Zij leven er als proletarische monniken. Geschiedenissen met vrouwen duld ik niet.' Posadas is erin geslaagd, overal zijn wil door te drijven. Als een caudillo heerst hij in de Latijnsamerikaanse beweging.
Er moeten afspraken worden gemaakt, want over enkele dagen vertrekt hij naar zijn land. Het Latijns-Amerikaans Bureau, het bla, dient nu vaste vorm te gaan aannemen. Waar zullen wij ten slotte samenwerken, na deze vier weken bij elkaar te zijn geweest? 'In Chili', antwoordt hij. 'Je gaat eerst naar Uruguay terug. Daar ontvang je zo spoedig mogelijk bericht van me.'
Veertien dagen later rijd ik weer door de Altiplano. Na twee pascontroles en uren reizen naderen we het eerste station. Buiten het perron staan Indianen in een lange rij te wachten op de dagbladen uit La Paz die nu worden uitgeladen.
Eindelijk nadert de Argentijnse grens. Pascontrole, alweer. Een dronken burger bladert in mijn paspoort, neemt het mee, komt na een half uur terug. Ik moet de trein verlaten, terug naar La Paz. Er ontbreekt een visum, beweert de man met een dikke tong. 'No es posible, senor', antwoord ik geschrokken. In La Paz heeft Diego me immers meegenomen naar het politiebureau, voor een stempel om La Paz te mogen verlaten, naar het ministerie van Binnenlandse Zaken voor een ander stempel, naar dat van Buitenlandse Zaken voor een uitreisvisum, dan nog een doorreisvisum voor Argentinië, en, niet te vergeten, opnieuw een toeristenvisum voor Uruguay. Daarmee was aan alle formaliteiten voldaan. Diego heeft het nadrukkelijk gevraagd. Ik som alle stempels op, en de man ant
252