Ik beslis, samen met Alfonso en Carla, niet zonder angst voor latere gevolgen, tot de oprichting van het LatijnsAmerikaans Bureau. Posadas zal het mij zeker kwalijk nemen. Heeft hij mij niet laten stikken? Was ik zonder de helpende hand van Carla en Hugo niet naar de bliksem gegaan? De gedachten jagen mij op, en doen mij schrikken. Er mag geen element van rancune in je handelen zijn, Sal, houd ik mezelf voor. Rancune? Je bent vertrokken met de opdracht, zo spoedig mogelijk een Latijns-Amerikaans Bureau in het leven te roepen. Natuurlijk niet op je eigen houtje. Natuurlijk niet zonder Posadas. Maar wie heeft kunnen voorzien, dat de grens met Argentinië drie maanden gesloten zou zijn, en wat nog erger is, nog steeds gesloten blijft? Wie zal het in Parijs geloven, als ik erover schrijf? Voor mijn vertrek heeft Michel me op het hart gedrukt, in Uruguay te blijven. Posados moest naar mij toe komen, ik niet naar hem. Of ik dat goed had begrepen. Daar, in Uruguay, diende ook de zetel van het Bureau te komen.
En weer is er geen geld. 'Je kunt tijdens het weekend in het huis van mijn ouders slapen', zegt Hugo, 'ze zijn naar de chacra, hun buitenhuisje. Maar niemand mag het weten.' Zijn vader is miljonair, en niet gesteld op de politieke vriendschappen van zijn zoon.
Slapen in een vreemd huis, met geluiden van de straat die je wakker doen schrikken. Je valt weer in slaap en hoort jezelf snurken, scheurt je wakker. Je staat op omdat je naar de wc moet, een trap lager. Treden kraken. Uren lig je te woelen, om in slaap te vallen tegen de ochtend. Buiten spelen kinderen. Een hond blaft. Je scheert je met een mesje. Je wilt het bloed aan een handdoek afvegen, en vermant je.
2.38