In een café in het hartje van Montevideo maken wij nadere afspraken. Eerst geef ik Alfonso mijn geld, zoals ik me vast had voorgenomen, de honderd gulden die Mien Sneevliet mij voor mijn vertrek had meegegeven. 'Ik stel me helemaal ter beschikking van jullie', verklaar ik, 'en vertrouw erop dat jullie voor me zullen zorgen. Alleen voor mijn gezin moeten jullie elke maand een gedeelte bijdragen, dat moest ik je vertellen van Michel.' Rottig dat ik daar nu al over moet spreken.
'Ik weet het', stelt Alfonso me gerust, en vervolgt: 'Wat het politieke werk en de oprichting van het Latijns-Amerikaans Bureau betreft zullen we moeten wachten op Posadas. Zonder hem kunnen we geen beslissingen nemen. Voorlopig ga je naar een hotel. Ik zal je wat boeken geven. Dit hier handelt over het Zuidamerikaanse Secretariaat van de Derde Internationale. Het andere is van de Peruaan José Carlos Mariateguy, de pionier van de Peruaanse Communistische Partij. Hij was de grootste marxistische theoreticus uit Latijns-Amerika, die voorspelde dat de economische emancipatie van het land alleen maar kon worden verworven door de actie van de proletarische massa's in solidariteit met de anti-imperialistische strijd in de hele wereld.'
Voorlopig luister ik alleen maar, want het duizelt mij, en ik poog in de vloedgolf van woorden een lijn te ontdekken. Alfonso maakt een vermoeide indruk, stel ik vast, terwijl hij mij vertelt: 'Ik woon in Montevideo en kan je mijn adres niet geven. Ik kom jóu wel opzoeken. Morgenochtend om tien uur, Playa Carrasco, aan het strand voor het hotel. En wat het Spaans betreft, dat moet je wel zo gauw mogelijk leren. Wij spreken nu Frans, maar de meeste mensen kennen hier uitsluitend castellano.'
2.31