lectueel die zichzelf respecteert is hier eens trotskist geweest, verzekert hij mij. Hij heeft gevangen gezeten, en lijdt nu aan tuberculose. Op de terugweg naar de boot begeleidt hij me. We lopen tussen reusachtige wolkenkrabbers door, terwijl hij me zijn paraplu laat dragen. Het regent hier altijd naar het schijnt. Of hij me kan helpen? Misschien kan ik correspondent worden voor een Braziliaanse krant.
Montevideo
De Bretagne steekt hoog boven de kade van Montevideo uit. Staat daar Alfonso niet? Hij zegt iets tegen een lange, magere jongen. Als ik hem wenk, legt hij een vinger tegen zijn mond en schudt haastig 'nee'. Terwijl ik de eerste stap zet op de bodem van Uruguay, zie ik ze samen wegslente-ren uit de massa wachtenden. Vlug erachteraan, tot ze, nu zonder pottekijkers in de buurt, blijven staan. Alfonso omhelst mij en ik doe er onhandig aan mee. Waarom is Posadas er niet? Voordat ik het kan vragen stelt Alfonso mij voor aan de lange jongen, die met zijn blonde kop uit Noord-Europa kon zijn weggelopen. Hij heet Hugo, en ik word aangeduid als Julio. 'Posadas kan niet komen', zegt Alfonso. De grens tussen Uruguay en Argentinië is potdicht. Als ik hem verbaasd aankijk, vervolgt hij: 'Het is een heel bijzondere zaak. Er zijn economische moeilijkheden tussen beide landen gerezen, en het is ook een strijd om de toeristen. Als Posadas hierheen wil komen, moet hij een omweg maken over Paraguay, wat te gevaarlijk is, of over Brazilië. Het grensgeschil kan niet lang duren, want het toeristenseizoen is begonnen.'
230