waar ik naartoe zal gaan als Michel me niet komt afhalen. Maar daar staat Ernest, die me lachend verwelkomt. 'Er is over twee uur vergadering van het Internationaal Secretariaat', vertrouwt hij me toe nadat we ons uit de mensenmenigte hebben gewerkt. 'We hebben nog tijd om koffie te drinken.'
Hij is bijzonder vriendelijk, en wil zelfs mijn koffer dragen, maar dat is niet nodig. 'Wilt ge buiten zitten?' We strijken neer aan een tafeltje, op een terras. 'Het was zeker moeilijk te gaan, met Bep en de kinderen?' vraagt hij belangstellend. Voor het eerst sinds een jaar bestaat er weer een gevoel van vriendschap tussen ons. 'Gij hebt goede kinderen, ik ken geen kameraad in de beweging die zulke fijne kinderen heeft.' Zo spraken wij vroeger ook. Je kunt wel zien dat de vrede is hersteld. Politieke meningsverschillen van enige betekenis zijn er niet meer. 'Het is vreemd dat de wereld zo geheel anders voortjaagt dan wij hebben verwacht', mijmert Ernest en glimlacht verontschuldigend. 'Stalinistische partijen die om de macht strijden, dat had Trotski niet kunnen denken.'
Toevallig heb ik er het Overgangsprogram nog eens op nagelezen, dat Trotski voor de Vierde Internationale heeft geschreven. In het hoofdstuk 'Arbeiders- en Boerenre-gering' schrijft hij: 'Men kan niet bij voorbaat categorisch de theoretische mogelijkheid ontkennen, dat, onder invloed van volledig uitzonderlijke omstandigheden (oorlog, nederlaag, financiële ineenstorting, revolutionaire druk van de massa's, etc.) de kleinburgerlijke partijen met inbegrip van de stalinisten verder zullen gaan dan zij zelf wensen langs de weg van een breuk met de bourgeoisie.'
Ernest is erdoor verrast, en prijst mij: 'Dat hebt ge knap gevonden. Vindt ge goed dat ik er in een artikel gebruik
223