De kans om verder te gaan krijg ik niet meer, er wordt geroepen: 'Zie je, Michel, zo spreken jouw volgelingen. Denk jij er ook zo over? Dat is het gevolg van jouw politiek. Het is capitulatie voor het stalinisme.'
Capitulatie voor het stalinisme? Wat een cliché! Natuurlijk bedoelde ik het niet zo. Het is moeilijk je in een vreemde taal uit te drukken. Ik vraag Michel of hij begrepen heeft wat ik bedoelde, en wat hij ervan denkt, maar hij antwoordt alleen: 'Je t'aime beaucoup.'
Mijn verwarring is compleet. Altijd ben ik bang dat de mensen juist niet van mij houden, en nu zegt Michel dit.
Op het consulaat van Uruguay wordt mij te verstaan gegeven, dat ik voor een verblijfsvergunning een werkgeversverklaring moet overleggen. Een toeristenvisum volstaat ook om te worden toegelaten. Dat is drie maanden geldig, en je moet een bankgarantie bezitten voor je verblijf daarginds. Anders is een boot- of vliegretour vereist. Dat kost verschrikkelijk veel geld, en misschien kom ik niet eens terug. Michel stuurt de ene brief na de andere aan Posadas, aan Alfonso, om mijn vertrek mogelijk te maken, totdat hij mij laat weten wanhopig te zijn over hun nalatigheid.
En weer verstrijken maanden zonder dat Latijns-Amerika zich meldt. 'Ik wil nu weten waar ik aan toe ben', zeg ik tegen Michel. Ik ben speciaal naar Parijs gegaan om hem dat duidelijk te maken. Thuis krijgt iedereen de zenuwen. Niemand weet waar hij aan toe is.
'Nou, dan vertrek je als toerist, de rest komt daarginds wel in orde. Heus, het zijn opofferingsgezinde kameraden. Als je er eenmaal bent zullen ze alles doen om je goed op te
218