'Het is gemeen wat je zegt. Ik doe het net zo goed voor de kinderen. Stel je voor dat er weer een oorlog komt. Dan gaat Europa naar de verdommenis.'
'En als er oorlog komt wanneer je er niet bent?'
'Die wordt pas mogelijk in 1953. Tegen die tijd zijn jullie al lang overgekomen. En anders kom ik terug. Het is voorlopig voor een jaar, heeft Michel gezegd.'
'Intussen laat je de kinderen aan mij over. Alsof jij hun vader niet bent.'
'Je moet goed begrijpen dat ik revolutionair ben. Het is een verdeling van de taken: jij voedt de kinderen op, terwijl ik me voor de Internationale inzet.'
Elke avond herhaalt zich het gesprek, met inzet van nieuwe argumenten die toch op hetzelfde neerkomen, en steeds luidt het laatste woord van Bep: 'Je bent keihard geworden, ik herken je zo niet.'
Ik schrijf aan Michel: 'Je kunt op mij rekenen.'
Hij antwoordt: 'Ik heb je brief ontvangen, ik laat je spoedig meer weten.'
Dan laat hij me wachten, een week, een maand, vele maanden. Wanhopig schrijf ik: 'Ik kan me best voorstellen dat je geen tijd hebt op elke brief uitvoerig in te gaan, maar dit is toch geen wissewasje, ik moet toch ook weten waar ik aan toe ben.'
Tiende Plenum
Als jongen ben ik in het zwembad eens van de hoge springplank met mijn hoofd tegen de bodem van het diepe gedoken, en met geen stok kon men mij ertoe krijgen, het nog eens te wagen. Hetzelfde gevoel heeft mij overvallen nu er
215