veiliger dan in Europa. Stel je voor, dat ons gezin dan ergens samenwoont met Michel en Hella, met Pierre en Ernest...
'Je kunt hier toch ook voor de beweging werken', houdt Bep mij voortdurend voor wanneer ik weer thuis ben. 'Daar hoef je toch niet weer je werk voor op te geven. Je bent nu ook dag en nacht in de weer.'
'En als mijn taak in Latijns-Amerika belangrijker is?'
'Intussen hebben de kinderen geen vader.'
'Dat geldt voor miljoenen kinderen als hun vader de oorlog in moet, gedwongen, en voor de belangen van de bourgeoisie. Iedereen vindt dat heel gewoon, maar vrijwillig, voor de revolutie mag het niet.'
'Gebruik niet zulke grote woorden. Voor de revolutie. Ach, ach, voor de revolutie...'
'Snap dan tenminste dat we in een beslissend tijdperk leven, en dat het nu is: erop of eronder.'
'Hatelijke rotvent. Als er werkelijk revolutie komt ligt het heel anders. Dat weet jij net zo goed, dan doe ik ook mee, zoals iedereen die aan de goeie kant staat. En als het uit de situatie voortvloeit, zullen de kinderen het ook begrijpen. Maar nu? Of ze al niet genoeg te kort komen. Familie hebben ze nauwelijks. Jij bent je familie kwijt, mijn moeder is de enige die de verschrikkelijke leegte probeert op te vullen. Jij maakt die enkele oom of tante die je nog hebt verwijten dat ze zich niet voor onze kinderen interesseren, en zelf ga je ook bij ze weg.'
Wat moet ik hierop antwoorden? Soms denk ik zelf wel eens, dat de oorlog me uit het gareel heeft gegooid, en dat ik niet meer in staat ben een situatie normaal te beoordelen. Maar ze moeten niet denken dat ik toegeef.
214