In China verovert de Communistische Partij de macht en verjaagt de burgerlijke nationalist Tsjang Kai Tsjek. En dat nog wel terwijl Stalin had aangedrongen op een bondgenootschap tussen de Chinese communisten en de Kwo Min Tang, een burgerlijke partij die in China kost wat kost het kapitalisme wilde handhaven. Stalin had niet voorzien dat Tsjang Kai Tsjek een dergelijke coalitie van de hand wees, zodat de communistische partij voor de keus werd geplaatst: zich te laten vernietigen, of de macht in handen te nemen. Ook hier: onder druk van de gewapende massa's.
In Korea, in tweeën gescheurd door de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, ontvlamt de strijd tussen Noord en Zuid, tussen revolutie en contrarevolutie, en krijgt het karakter van een rechtstreekse oorlog. Amerika komt tussenbeide, stuurt troepen, wordt teruggeslagen en stuurt meer troepen. Om uitbreiding van het conflict tot China te voorkomen, stuurt Mao Tse Toeng op zijn beurt manschappen en wapens om de Noordelijken te versterken. De dreiging van een nieuwe wereldoorlog neemt toe, en de Internationale vraagt zich af hoe dat mogelijk is. Steeds was het trotskisme ervan uitgegaan, dat dit ondenkbaar was zonder een grote, historische nederlaag van de arbeidersklasse. Zoals bij voorbeeld in 1914 in Duitsland, toen de sociaal-democratie overliep naar het kamp van de eigen bourgeoisie, en de eerste wereldoorlog een feit werd. Of zoals na de overwinning van Hitier in Duitsland, van Franco in Spanje, waardoor de tweede wereldoorlog kon beginnen.
Wij moeten ons standpunt herzien, schrijft Michel in stellingen die aan het Derde Wereldcongres in 1951 zullen
zo 6