De metro stopt. Gare des Invalides. Eruit, gauw, anders schuift de deur voor mijn neus dicht. Dat is me al eens gebeurd. Maar nu is Michel erbij. Kom vlug. Met de bus gaan we verder. Halte Rochefort. Michel is een sterke rots. Hij stelt vast vertrouwen in me. Op mijn voorstel heeft onze groep zich tijdens de oorlog uitgeroepen tot sectie van de Vierde Internationale. Dat vinden ze hier geweldig. Beschouwen ze me daarom als de leider van de Nederlandse beweging? Eigenlijk was Max Perthus het in de illegaliteit. Dat heb ik ook gezegd, maar hij is geen lid meer, en dan tel je niet meer mee. Hij was een geweldige kerel. In de Spaanse Burgeroorlog heeft hij bij de poum gevochten, die toen onze zusterpartij was. Eens, toen Moren een aanval op hun loopgraaf deden, hadden ze alleen nog een stapeltje handgranaten, die ze als gekken over de rand smeten. Toen de laatste op was, stonden ze met de bajonet klaar om de Moren op te vangen, maar die waren tot de laatste man gesneuveld. Rottig als je niet tegen fascisten vocht maar tegen mensen die zelf opgejaagd werden. Trotski had wel gelijk dat een van de programpunten van de revolutie had moeten zijn, de Moren onafhankelijkheid te geven.
Waarom schreeuwt Hella zo tegen Michel? Misschien is dat heel gewoon als je uit het Zuiden komt. Of uit de bourgeoisie. Mij maakt het verdrietig, alsof het me aan iets van heel lang geleden herinnert, toen vader failliet ging en het gezin een tijdje uit elkaar moest. Onzin. Michel trekt er zich niets van aan en gaat rustig zijn gang. Hij dekt de tafel terwijl Hella met het eten bezig is. Misschien kan ik helpen? Nee, dat willen ze niet. Er wordt een glas wijn geschonken. Dat ik maar vaak in Parijs mag komen. 'You
198