zend verontschuldigingen naar me toe gekomen. 'Ze vertelden me niet wie je was. Een kameraad uit Holland, dat zegt toch niets?' Ik liet het maar zo. Pierre was niet de eerste de beste. Als een der oudste trotskisten in WestEuropa was hij nog secretaris geweest bij Leo Trotski. Ineengedrongen zat hij op me in te praten, zijn hoofd te groot voor zijn lichaam. Zijn grijze ogen keken net langs me heen.
'Ik herinner me je nog van het congres in Amsterdam', hervatte Pierre. 'Je sprak toen namens de jeugdbeweging. Je had kritiek op het standpunt van Sneevliet en verdedigde Trotski. Ik dacht toen: zie je wel dat Trotski niet met de Nederlandse partij had moeten breken? Als de jeugd zulke opvattingen heeft, en die ook kenbaar kan maken, is er alle reden om geduld te hebben.'
Pierre zweeg even en keek me onderzoekend aan. Hij was toen ook in conflict geweest met Trotski, terwijl hij nu toch een van de leiders van de Internationale was. Schaamde hij zich nog steeds voor die breuk, en wilde hij zich rechtvaardigen?
Stilzwijgend schoof een oude man bij ons aan. Die ouwe was duidelijk joods. Na een vluchtig gesprek stond de man op en verdween even ongemerkt als hij was gekomen.
'C'est mon père', zei Pierre eenvoudig.
Hoe zou zijn vader de oorlog hebben overleefd? Was het in Frankrijk minder erg geweest dan in Nederland? Aarzelend vroeg ik: 'Je bent joods, nietwaar?'
'Ik ben atheïst', kapte Pierre mijn vraag af. Ach, eigenlijk kon het mij ook geen pest schelen of iemand joods was. Ik was nog geen dag meerderjarig, toen ik me had laten uitschrijven uit de Joodse Gemeente. Waarom zouden er bij de Vierde Internationale zoveel joden zijn? In het
191