'Zo eenvoudig ligt het niet. Wij kunnen in ons eentje geen loonpolitiek voeren.'
Iedereen draaide zich plotseling om. Nieuwe groepjes arbeiders kwamen luid pratend de kantine in.
'Bij De Tijd wordt ook gestaakt', riepen zij, 'wat staan we hier nog?'
Uit de verwarring maakten enige zetters zich los om naar vakbondsbestuurder Rensenbrink toe te stappen. Ik boog mij voorover om alles goed te verstaan.
'Ik begrijp jullie wel', zei hij, maar op de gestelde vragen antwoordde hij steeds: 'Ik heb mijn eigen verantwoordelijkheid tegenover het verbondsbestuur, en hun standpunt luidt: geen ellende met stakingen...'
'Dan zitten jullie met blote handen aan de conferentietafel en nemen ze jullie in de maling, zoals al zes maanden is gebeurd', merkte een typograaf verbitterd op.
'En nu moeten jullie luisteren', schreeuwde de directeur wanhopig over de hoofden heen. 'Jullie mógen niet mee-staken. Onze krant staat achter de geleide loonpolitiek, die in gezamenlijk overleg door de politieke partijen in het parlement is vastgesteld. Elke staking is tegen de regering gericht.'
Dat was wat moois. Er heerste al langer dan twee maanden een regeringscrisis. Waarom ging niemand daarop in? Dus vroeg ik: 'Welke regering bedoelt u?'
Er werd luidkeels gelachen, 'ja' geschreeuwd, zodat het mij overrompelde, en iedereen wachtte op een antwoord dat echter uitbleef.
'Ik ga niet werken als er bij de andere kranten wordt gestaakt', zei een oude zetter verontwaardigd tegen arbeiders naast hem. 'Ik heb een goeie naam. Op mijn leeftijd wil ik niet meer dat er een kruisje achter komt te staan: maffer.'
169