'Zeg gerust loodgraaier', merkte de man laconiek op terwijl hij mij een knipoogje gaf.
'Niet zo minachtend over je vak', antwoordde mijn chef vermanend. 'Weet je dat Vliegen nog typograaf is geweest? Zo zijn je eigen voormannen begonnen.'
'Dat was een andere tijd.'
'Hebben we het soms niet ver gebracht?'
'Vroeger at ik ham van Verkade op mijn brood, nu ham van De Betuwe.'
'Wil je soms beweren dat het niet beter is geworden voor de arbeiders?'
'Dat hoor je mij niet zeggen. Maar die verbeteringen zijn bereikt in een andere tijd, toen er nog voor werd gevochten.'
'We vechten nu in de regering.'
'Vandaar de loonstop zeker.'
'Die is nodig voor de wederopbouw. Anders zou jij geen werk hebben vandaag.'
'Werken is voor de doramen', antwoordde de zetter, die kennelijk geen zin meer had in het gesprek.
'Wat denk jij ervan?' vroeg Bollé aan mij.
Maar ik liet me niet kennen. Klaas Overflakkee vertrouwde erop dat ik mijn werk zou doen zonder me in het bedrijf verder met politiek in te laten, en daar moest ik me aan houden. De kritische houding van de zetter had me wel verbaasd. Hoe dichter bij de paus...
'Je antwoordt niet', beet Bollé me toe.
'Wat moet ik zeggen?' vroeg ik ontwijkend.
'Je bent een echte jehoede', verzuchtte Bollé, 'een vraag met een vraag beantwoorden.'
Toen liep hij door, naar een andere zaal, waar machine-zetters zwijgend de redactiekopij op een soort typemachi
134