'Die zouden toch moeten worden gepubliceerd', meende Klaas. 'Er is veel te weinig bekend van zulke dingen. Het verzet, dat was romantiek, heldhaftigheid, wanhoop desnoods, en de meest gevoelige details worden vaak vergeten. Ik zat zelf ook bij een verzetsgroep. Ik werkte hier al tijdens de oorlog, op de steno, waar jij nu solliciteert. Heel wat berichten heb ik kunnen doorsmokkelen. Maar laten we het daar niet over hebben.'
'Het is nog een wonder dat zij het kamp heeft overleefd', vervolgde ik. 'Ze werkte er in de naaikamer tijdens de laatste oorlogswinter, samen met een vriendin, Cor Storm. Dagelijks kwamen er nieuwe vrouwen in Ravens-brück aan uit andere kampen die werden ontruimd voor de naderende Russen. Zij waren vaak slecht gekleed, en mijn schoonmoeder en Cor Storm smokkelden op hun lichamen kleren mee voor de nieuw aangekomenen. Zij werden betrapt en naar een Vernichtungslager gestuurd. Daar werd geregeld appèl gehouden, en een "dokter" moest de vrouwen aanwijzen die niet sterk genoeg meer waren. Voor de gaskamer. Zo is Cor Storm voor altijd verdwenen. Godzijdank werd Beps moeder, voordat de oorlog was afgelopen, opgenomen in het bevrijdingstransport van graaf Bernadotte.'
Zou ik vertellen dat ze, thuisgekomen, een brief had ontvangen van koningin Wilhelmina, die haar condoleerde met de dood van haar man? Ze had er nooit gebruik van willen maken. 'Mijn man is niet als nationalist, maar als socialist gevallen', zei ze altijd. Ik zweeg. Ik moest maar vertellen dat ik nog altijd erg links was. Klaas onderbrak mijn gedachten.
'Wat erg dat je broer Maurits niet is teruggekomen', zei hij. 'Hij was vooral bevriend met mijn broer, die zit nu in
128