'Houdt u haar knieën vast. De benen wijd. En gaat u weg,' gebood ze mij, 'pottenkijkers kunnen we nu niet gebruiken.'
Ze was nog niet uitgesproken, of Lies gaf weer een kreet.
Toen trok de kraamverzorgster rubber handschoenen aan, en zei zonder aarzeling tegen haar: 'U moet alles doen wat ik zeg, begrijpt u?'
'Ja,' zuchtte Lies.
Zij perste op bevel, ontspande, haalde diep adem, perste opnieuw, zonder een kik te geven.
'Die knieën verder uit elkaar.'
Moeder knikte, duwde de benen nog meer zijwaarts.
De zuster drukte onder de schede.
'Om inscheuren te voorkomen,' zei ze verontschuldigend, en voor elke handeling verstrekte ze een verklaring, die Lies in zich scheen op te zuigen en zonder enige aarzeling voerde ze zwijgend uit wat er van haar werd verlangd.
Toen kwam er een wee, zo hevig dat ze ervan rilde zoals de aarde beeft onder een naderende eruptie. Het scheen alsof de zuster de schaamlippen uiteen wilde masseren, en ik dacht: 'Schaamlippen, waarom die afschuwelijke naam schaamlippen voor het liefste dat een vrouw bezit?'
Op hetzelfde ogenblik nog pelde de verzorgster het voorhoofdje uit het lichaam door de schedewand omlaag te duwen.
'Het heeft donker haar,' en: 'Perst u nog eens.'
Het achterhoofdje en het voorhoofd werden geboren. Toen trok de zuster het hele hoofdje uit haar onderlichaam. 'Als de kop van een kangeroetje uit de buidel van haar moeder,' flitste het door mij heen. Daarna legde zij voorzichtig een hand onder het kinnetje en de
176