ter; goed, dokter.'
'Je haalt toch niet weer een grapje uit, hè?' dreigde hij half ernstig, half spottend tegen Lies je. 'Je hebt me bij mijn patiënten van het spreekuur weggehaald, die hebben er ook recht op dat die kleine er nu komt. Wat wil je hebben, een jongen of een meisje?'
'Een meisje, dokter,' antwoordde Liesje gedwee, dat is gezellig, dan gaat ze later met me mee naar de...'
'Au...' onderbrak ze haar woorden, 'naar de markt.'
'Daar zal ik dan voor zorgen,' beloofde de huisarts, en Liesje zei verlegen: 'Ach, u houdt me voor de gek. Hoe kan dat nou.'
De dokter luisterde al niet meer.
'Kan ik in de keuken mijn nagels even borstelen?' vroeg hij, trok een witte jas aan, liep heen en weer, draaide wat aan de radio, wou geen koffie toen moeder hem die aanbood, en zei geërgerd: 'Waar blijven die weeën nou?'
'Ik kan er niets aan doen, dokter,' merkte Lies schuchter op.
'Zij is echt niet kleinzerig, dokter,' voegde ik er onrustig aan toe. Als hij maar niet dacht dat het verbeelding was geweest.
'Gaat u toch zitten, dokter,' drong moeder bij hem aan, 'nu lust u wel een kopje...'
De huisarts bleef staan.
'Weet je wat we doen?' zei hij tegen de kraamverzorgster. 'Ik ga naar mijn patiënten. Het heeft geen zin om hier uren te zitten wachten. Zo lang duurt het nog wel. Als de weeën werkelijk beginnen, bel me dan meteen op, of waarschuw mijn vrouw. Zij weet ervan.'
Voordat hij vertrok, gaf hij Lies een spuitje in haar bil.
'Blijf nu maar rustig op mij wachten. Ik kom straks weer.'
174