heeft zij in godsnaam wat ik niet heb. We waren toch gelukkig samen? Ja, zij spreekt vreemde talen, en ik niet. Zij weet natuurlijk van alles, over allerlei interessante dingen, en ik kan alleen praten over de kinderen, over hun school, hun vriendjes. Daar heb jij niet voldoende aan, dat begrijp ik wel. Maar dat wist je toch van tevoren? Was dan niet getrouwd. Of met een vrouw die had gestudeerd...!'
Woedend verscheurde ik de brief, maar ineens was ik gekalmeerd, en zocht de stukken weer bijeen, paste ze op tafel als een legpuzzel aan elkaar, en las verder: 'Je wilde nog wel een derde kind. Ben ik daar dan goed genoeg voor? Om kinderen te baren? Begrijp dan dat alle kinderen van ons samen zijn, net zoveel van mij in zich dragen als van jou, en daar mag je blij om zijn, want jij bent een schip zonder roer geworden, en dat ben ik niet. Jij kijkt mensen die zogenaamd boven je staan veel te veel naar de ogen, en dat doe ik niet, en ik hoop dat onze kinderen het ook nooit zullen doen. Moeder denkt er net zo over. Dan zegt ze tegen me: "Die jongen is in zijn pink beter dan veel van die mensen voor wie hij zo op zijn tenen loopt." Maar verbeeld je maar niets, zij krijgt ook genoeg van je op die manier, al is ze gek op je. En het rottige is dat ik moet huilen als ik schrijf wat ze vanmiddag tegen me zei: "Het is verschrikkelijk wat er gaande is tussen jullie, want als er twee mensenkinderen bij elkaar behoren, dan zijn jullie het wel." '
'Het is die vervloekte oorlog die me nog steeds parten speelt,' schreef ik terug, 'en ik weet niet hoe ik me ervan moet bevrijden. Het is een ellende, te leven met de doden en niet met de levenden. Je vervreemdt erdoor van iedereen, en-wat het ergste is-ook van hen die je het liefste zijn. Ik breek er mijn hoofd over wat ik eraan kan
164