'Dat zoontje van die n SB'er?' 'Ja.'
'Hoe moeten we daar nu mee aan?' 'Ik weet het ook niet. Het is een vriendelijke jongen, maar ik wil niet dat hij bij ons binnen speelt.'
...We zitten al een half uur te wachten met eten, en dat
nog wel op je verjaardag...
...Ik ben Jan tegengekomen...
...En gisteren vertelde je dat hij de stad uit was...
...Nee, Kees was...
...Ligt die niet meer in het ziekenhuis...? ...De aardappelen zijn brij geworden, de aardappelen zijn aangebrand, de rijst is helemaal drooggekookt, Elsje komt te laat op zang, Wessel zou om zeven uur naar oma, we moeten naar ouderavond, ben je dat soms vergeten...?
...ben je dat soms vergeten...
Niemand. Ik schrok, want ik had juist beloofd eerder thuis te zullen zijn. Lies zou met de kinderen naar het strand gaan omdat we er een houten keetje hadden gehuurd. Ik was het helemaal vergeten. Waarom konden ze niet wachten totdat ik thuis kwam? Ik scheurde de envelop open van een brief op tafel.
'Je bent gek,' stond er, 'je bent gek, want je weet niet meer wat je doet. Vroeger kon ik je vertrouwen, en als je iets zei meende je het, maar je bent veranderd, ongemerkt bijna, zoals de dag in de nacht overgaat, en ik weet niet meer wat ik aan je heb. Je praat als een dronken-man, iemand die zich voorneemt nooit meer te drinken, en na die laatste borrel er toch maar weer een neemt. Je bent onbetrouwbaar geworden. Daar. Dan weet je het meteen. Zo heb ik je nooit gekend. Ik ben verliefd op je
162