revolutionaire krant. Grote woorden had hij gebruikt, menslief, wat was hij stoer geweest. Voor mijn rekening. Als het kapitalisme met woorden ten val kon worden gebracht had hij het niet beter kunnen doen. Het betrof de koloniale oorlog in Indonesië, en het was allemaal waar wat hij schreef... Had hij maar geen scheldwoorden gebruikt... Belediging, had de rechercheur gezegd, belediging van het gezag. Ik had hem geantwoord dat het niet van mij was, dat ik zonder toestemming geen naam wilde noemen, dat ik erover zou spreken.
'Is het allemaal waar wat u mij vertelt?' vroeg de advocaat met lichte argwaan.
'Daar kunt u van op aan.'
'En u kunt bewijzen dat u toen met vakantie was?'
'Zonder enige moeite.'
De rechtskundige zweeg een ogenblik, keek mij aandachtig aan.
'U moet de officier van justitie vertellen dat het nooit was gebeurd als u er was geweest. Dat u de schrijver van het artikel ernstig zou benadelen als u zijn naam noemde, maar dat een ontslag ook voor u bijzonder zware gevolgen zou hebben. Biedt uw verontschuldigingen aan.'
Moest ik voor zo'n advies naar een advocaat? Mij onderdanig gedragen, ter wille van een ander? Ik vroeg hem wat het kostte...
'Wat moet ik daar nou voor rekenen,' antwoordde hij.
De officier van justitie keek niet uit zijn papieren op toen ik bij hem binnenkwam, gebaarde dat ik kon gaan zitten.
'U bent...'
'Jawel, edelachtbare.'
'U weet waarvoor u moet komen. U houdt vol dat u
147