ven te beginnen, met mensen aan wie wellicht niets te verwijten viel.
Alleen Lies was solidair geweest, de dokter die bloed-plasma bracht, de mensen bij wie wij met Elsje konden slapen als er gevaar dreigde. En wie nog meer? Ik telde ze op de vingers van één hand. Steeds waren het mensen die zelf al enorme risico's hadden gelopen.
je loopt en je hoopt...
Je loopt en je hoopt en je staat in de rij Vertwijfelde zoekers naar naasten en vrinden, Er hangt weer een lijst waar je namen kan vinden, Is vader, is moeder, mijn broer er soms bij?
Je loopt en je hoopt en mijdt schichtig de krant Die verhaalt van het lot, dat de joden moest treffen, Je vlucht voor wie meeleeft, kan iemand beseffen Hoe 't simpelste woord een illusie verbant?
Je hoopt als je loopt en een wijle vergeet Dat je altijd een eenzame zoeker zal blijven, Wat heeft het voor zin zoveel brieven te schrijven Naar kille bureaus, wier antwoord je weet?
Je hoopt en je loopt als een rust'loze rond, ,t Is immers vergeefs, je wtlt het niet weten, Ze werden voorgoed uit je midden gereten, Te hard is de waarheid, die schrijnt als een wond...
Je loopt zonder hoop, bezeten door wrok, De dagen vergaan en versmelten in weken, Wie kan mijn vergaste moedertje wreken? Mijn broer, nog een jongen, die lachend vertrok?
!33