Nu richtte de meester zich tot mij: 'Dat voorrecht genieten nu ook Salomon en Dirk, die bij mij zullen leren hoe er prestaties moeten worden geleverd in deze wereld, die niet anders is dan een voortdurende prestatieslag. Ik wil wel eens zien wat jullie ervan terechtbrengen. Vandaag maken jullie hoofdstuk ix van het rekenboek Hoeveel en Waarom. Ik zal noteren wie de beste is geweest.'
Rekenen, daar was ik goed in en vlug ook, uit mijn hoofd zonder in het klad allerlei sommetjes te moeten maken. Zelfs beter dan Dirk. Eens zien wie nummer één werd. En Willem, die andere jongen uit de klas van de bovenmeester die ook naar de hbs ging? Zou hij knapper zijn dan ik?
Na een half uur moesten we ermee stoppen, klaar of niet klaar, en eikaars schriften nakijken. Die van rij één werden aan rij twee gegeven, die van rij drie gingen naar de eerste rij. De bovenmeester las de uitkomst van elke som voor. Wij moesten er een &-teken bij zetten, of een streep, en die bij elkaar optellen. 'Er wordt niet geknoeid,' dreigde de bovenmeester, 'fout is fout, aan vriendjespolitiek doen we niet.'
Terwijl hij langzaam de uitkomsten voorlas en die herhaalde om ieder de tijd te geven ze zo nauwkeurig mogelijk te controleren, rook ik ineens dat het waar was. Van de jongen naast me in de bank beweerden ze dat hij naar pis stonk, omdat hij na schooltijd voor zijn moeder in een emmer haring moest rondbrengen. Van het morsen kwam het. Voor pissebed scholden ze hem wel eens uit.
Automatisch plaatste ik intussen sierlijke krullen en strepen in het schrift voor mij.
Toen we ermee klaar waren, vroeg de bovenmeester: 'Wie had er nul fouten?'
'Hij meester,' zei een meisje, en wees naar mij.
Ik kreeg een kleur van blijdschap, en nu zei de meester tegen mij: 'Dat heb je knap gedaan. Je zuster Sara, dat was me er een. Met tien jaar ging ze van school als de beste. Naar
99