WELK KIND WIL NOU BLIND WORDEN...
Eerst moest ik in de tobbe, vanwege de schooldokter. 'Zijn je voeten schoon?' zeurde moeder, en ze voelde zelfs tussen mijn tenen. 'Heb je je haar wel gewassen?' Ze keek of ik geen pietjes had, op mijn leeftijd. 'Heb je groene zeep tussen je billen gesmeerd?' Al die stomme vragen, alsof de dokter daar kijkt. Op mijn voeten had ik trouwens zelf al gelet, want vorige keer had ik bijna platvoeten, dat zei de dokter. 'Je moet elke ochtend en avond op je tenen de kamer heen en teruglopen, dan gaat het over en krijg je sterke zooispieren.' Ik had het goed volgehouden, vanwege Maurits. Vanwege Maurits? Ja, vanwege Maurits. Toen hij zijn elleboog gebroken had en van de masseur uit het Binnengasthuis thuis dagelijks oefeningen moest doen om zijn arm weer recht te krijgen, was daar al gauw niets meer van gekomen. Daar snapte ik niets van. Het deed pijn, dat is waar. Vervelend was het ook, en het kostte tijd, die van vader eveneens omdat hij erbij moest zijn. Altijd was er wat anders, een klant, drukte in de schoenmakerij, of Maurits wilde niet. Logisch. Logisch? Niet logisch als het om je arm gaat. Dat vond ik tenminste, alleen ik durfde het niet te zeggen. 'Bemoei je met je eigen zaken,' zouden ze misschien antwoorden. Naar was het trouwens ook om me erin te mengen, want Maurits had er echt pijn van, en wie wil dat nou voor zijn eigen broertje? Maar met je blote voeten in de kamer heen-en-weerlopen, daar voelde je niets van. Het kriebelde wel een beetje onder je voetzolen. Meer niet. Beter dan platvoeten, net als Hakkie. Die was na de operatie aan zijn buikvlies toen hij uit bed kwam door zijn voeten gezakt. Steunzolen moest-ie dragen. An-me-nooit-niet. Liep je te waggelen als een eend. Vroeger, heel vroeger, een breukband. Toen een bril. Nou zeker weer die stomme dingen in mijn
94