ten vallen. Dan schoven we elkaar briefjes toe en gingen met elkaar zitten fluisteren totdat één van ons in de hoek werd gezet en na een tijdje weer op zijn plaats mocht gaan zitten met de armen over elkaar.
'Denk niet dat ik voor mezelf zo streng voor jullie ben,' hield meester ons plotseling voor, 'het is voor jullie eigen bestwil. Wie zijn best niet doet en blijft zitten komt pas een jaar later van school en is twaalf maanden ouder dan nodig wanneer hij in de maatschappij komt. Dat betekent dat hij tweeënvijftig weken minder loon ontvangt dan een anderen dat niet alleen, hij krijgt ook een jaar later opslag, en dat gaat zo heel veel jaren door.'
Hij had het ons al zo vaak verteld. Als je heel zacht fluisterde, zonder je lippen te bewegen, kon hij niet horen of zien dat je sprak, en op deze manier vertelde Toon mij dat de tweedekker die op hun erf een noodlanding had gemaakt en waar het hele dorp zondag naar was komen kijken weer was vertrokken. Hij had evenwel nog veel groter nieuws waar ik met niemand over mocht praten. 'Mijn oom heeft iets te maken met een moord,' zei hij triomfantelijk. 'Van jaren geleden. Nu pas is het uitgekomen, omdat ze een vulpen hebben gevonden die van hem is geweest, de inkt zat er nog in, kan je begrijpen, en alle kranten schrijven er over. Zal je het echt niet oververtellen?'
Toen de schoolbel vier had geluid en we meester in de klas hadden achtergelaten, zongen we: 'De school dat is een apenhok'. 'Tabéh,' zei ik daarna en wilde naar huis gaan, maar Toon hield me tegen en vroeg: 'Ga je met me mee?'
'Een stukkie dan,' antwoordde ik. Helemaal mee naar de boerderij was te ver, dan kwam ik vast en zeker te laat thuis. 'Een stukkie, langs de dijk.'
Gespannen liepen we naast elkaar, met een te snelle ademhaling, omdat we ieder voor ons wisten wat er zou gaan ge
82