op, nam het tussen zijn knieën, brak met een grote tang de versleten hoeven van het eelt, brandde met een pook in het hoorn en sloeg er met grote nagels de nieuwe hoeven in. Soms hinnikte het paard even en probeerde zich los te rukken. 'Zou het geen pijn doen?' vroeg ik me angstig af.
De waakhond ontblootte zijn tanden en blafte als een bezetene, hees, woedend, zonder ophouden, rukte aan de ketting die hem met zijn hok verbond. 'Kom maar,' zei de boer tegen mij, 'hij kan niet eens bij je komen.' Ik keek wel uit. Straks brak hij los. 'Sodemieter je hok in,' schold de schillenboer tegen het beest, dat wegkroop.
Voor de achterdeur van de boerderij schopte de boer zijn klompen uit en liep op zijn zwarte sokken de keuken binnen, terwijl hij me wenkte om met hem mee naar binnen te komen.
'Zo vrouw,' zei hij tegen de boerin, 'ik heb bezoek meegenomen. De oudste zeun van de skoenmaker. Die jeuden, weet je wel. Goeie mensen, daar niet van.'
'Ga zitten,' zei de boerin, 'dan zal ik de tafel dekken. Of heb je geen honger?'
'Ja hoor,' antwoordde ik. Als ze maar geen spek op het brood deden, en dat kon ik natuurlijk niet zeggen. Dan dachten ze helemaal...
We voeren met een roeiboot door de sloten omdat de boer de melkbussen van het land moest ophalen. 'Wil jij ook eens roeien?' vroeg hij, en liet me aan de roeispanen trekken, die te zwaar voor me waren en soms langs het water ketsten of er te diep in wegzakten, zodat de schillenboer het al gauw weer overnam. Vrolijk was het in de polders. De zon weerspiegelde in de sloot en toverde oranjevlekken in mijn ogen. Een leeuwerik zong hoog in de lucht, duikelde omlaag, vloog voor ons heen en scheen uitgelaten van de pret. Als
78