al blijft er heel wat achter. Een koeiemaag lijkt wel een metaalhandeltje. De mense benne krék...,' hij zocht naar een woord en kon het niet vinden.
Moeder gaf hem een derde kopje thee. Dat deed ze met moedwil, zei ze altijd, om hem te sjmadden. Zulke uitvluchten gebruikte ze omdat ze niet wilde toegeven dat ze blij was als er mensen bij ons waren, die ze tot en met verwende, en de schilleboer had geen haast. Zijn kar was propvol, aan de achterkant had hij zelfs zakken met schillen hangen alsof het een uitdragerswinkel was.
'Weet je dat ze mijn overbuurman hebben gearresteerd? Poen achterovergedrukt. Rijke lui waren het, dachten we altijd in het dorp, zijn dochter is getrouwd met een ingenieur.'
Onze hangklok sloeg twaalf uur.
'Is het al zo laat?' schrok onze bezoeker op. 'Ik zit mijn tijd hier te verouwekletsen. Kom, we gaan weer eens.'
Terwijl hij opstond zei hij tegen mij: 'Ga je met me mee naar de boerderij, neef? Mag je naast me zitten. Op de bok.'
Met een grote opstap die ik tot in mijn lies voelde trekken, klom ik op de bok van de afgeladen paard-en-wagen. De schillenboer schoof naast mij, klakte met zijn tong, tikte met de zweep tegen de zijkant van de kar. Het paard rukte aan het leidsel en zette een sukkeldrafje in. Als je omlaag keek langs zijn staart kon je steeds even zijn hoeven zien.
'Daar moet je nooit achter gaan staan,' zei de schillenboer. 'Een paard schopt achteruit en hij heeft geen ogen in zijn kont. Voor je het weet heeft hij je poot kapotgetrapt.'
Ineens tilde het beest zijn staart op en liet een reeks drollen vallen.
Nauwelijks waren we voorbij de Kluft op de Oostzaner-dijk of de wagen stopte bij een smederij.
Een voor een tilde de hoefsmid de benen van het paard
77