In het donker keek Saartje mij aan, zoals bij mijn laatste bezoek in het sanatorium, enige maanden voordat zij stierf.
'U praat zo hees.'
Nu zag ik Maurits, met een bril op als op die laatste foto uit het Apeldoornsche Bosch. Zijn crematiepolis, die niet kon worden gebruikt omdat hij voor eeuwig in Polen was verdwenen, had men op mijn naam overgeschreven, vrij van premie, die vader voor Maurits had voldaan.
En zo zal na mijn dood mijn lichaam verbranden door de warmte, die ik eens bij vader heb gezocht.
170