tende of ik het moest weggooien of niet.
'Wat is steenslag dan?' vroeg ik.
'De afval uit de mijnen, die wel eens tussen de kolen terechtkomt. Dan smijt de stoker het langs de rails.'
Teleurgesteld smeet ik de stenen zover mogelijk weg, tussen een struik, in het zand. Toen ik weer bij de ploeg kwam, grapte de putter: 'Jij zoekt de steen der wijzen. Dacht je nou werkelijk dat je de warmte langs eenzame, verlaten spoorrails kunt vinden?'
156