Thuisgekomen vertelde ik het hele verhaal.
'Dat heb je nou voor je goedheid,' constateerde vader. Verbitterd antwoordde moeder: 'Mijn goedheid heeft er geen cent mee te maken. Mensen die zulke streken uithalen zijn slechte mensen, of je me gelooft of niet.'
De volgende avond kwam Lex met een bosje narcissen zijn verontschuldigingen aanbieden. Moeder mocht vooral niet slecht over hem denken. Het was hem eenvoudigweg door het hoofd geschoten, toen ze van het stadhuis kwamen en wisten dat er bij hem thuis een feestje zou worden gemaakt. Natuurlijk had hij moeten waarschuwen, maar ja ze moest begrijpen, op zo'n dag had je wel andere dingen aan je kop. Hoe hij zich ook in excuses uitputte, moeder gaf hem geen antwoord.
Maurits en ik waren blij dat het weer goed was met Lex. Wat had je aan al die ruzie? Moeder beweerde wel dat hij niet deugde, dat je met mensen die zulke streken uithalen voorzichtig moest zijn, en wat kocht je daarvoor? Dergelijke conclusies waren net iets voor haar.
Intussen was er antwoord van oom André gekomen, waarin hij Maurits schreef:
'Het is fijn dat je wil komen. Mijn eigen zoon voelt niets voor de schoenmakerij, en geef hem ongelijk, daar hebben we te veel sores mee gehad, en dan gaat de aardigheid er voor kinderen wel af. Maar ik heb gesappeld als een fooi en een mooie zaak opgebouwd. Een beetje mazzel heb ik ook gehad. Mijn winkel stond op een stuk grond dat een oil-company met alle geweld van me wilde kopen. Zij in de olie? Ik uit de olie. Hoeveel ik ervoor heb gekregen gaat niemand wat aan, het was in elk geval genoeg mezomme om alles aan te kopen voor een moderne schoenmakerij. Daar kan ik best iemand in gebruiken, en zeker de jongste zoon
39