onbepaalde tijd warm houden. De aardappelen zouden brijig worden, de groente te gaar, en als zij het nu al van het vuur haalde en het straks weer moest opwarmen, ging de geur eraf. Waar bleven ze toch, die twee?
Vader begon te mopperen. Hij was nog wel vroeg van zijn werk naar huis gekomen, had eerder gesloten, wat je tegenover je klanten niet te vaak kon doen. Hoe gauw liepen ze niet naar een ander? Het was geen manier van doen.
'Ze hebben misschien iemand ontmoet die ze heeft opgehouden,' verontschuldigde moeder. 'Je weet hoe het op zulke dagen gaat. Dan heb je het zelf niet in de hand.'
Om half acht waren ze er echter nog steeds niet. We rammelden van de honger, dat moesten ze toch begrijpen. Het was een schandaal, vader al die tijd te laten wachten. Hij had gelijk, we moesten nu maar gaan eten.
Als ik eerst eens ging informeren wat er aan de hand was? Op de fiets was ik er zo.
Toen ik aanbelde, werd er niet opengedaan. Er brandde evenwel licht op twee hoog, en opnieuw drukte ik de bel in, zonder ophouden, totdat de deur werd opengetrokken.
'Wie is daar?' Het was de stem van Lex.
Ik nam woedende stappen naar boven, bleef voor hem staan, terwijl ik merkte dat hij naar wijn rook.
'Waarom zijn jullie niet gekomen? Alles staat gedekt. Dat weet je toch?'
'Mijn moeder is later naar het stadhuis gekomen,' antwoordde hij zuurzoet. 'We hebben vrede gesloten, snap je. De vredespijp gerookt zogezegd.'
Bij die laatste woorden hield hij de pijp voor mijn gezicht waaraan hij altijd en eeuwig lurkte, en grinnikte.
'Nu vieren we de bruiloft bij mijn moeder.'
'Had je dan niet kunnen waarschuwen?' vroeg ik driftig, en luisterde nauwelijks toen hij antwoordde dat hij daar geen tijd voor had gehad.
138