de laatste dagen, en toch verbijsterde het ons. Vader sprak over die rotmoffen, en we discussieerden hevig, ik zei dat je ze niet over één kam mocht scheren, de Duitse arbeiders zaten ook in concentratiekampen, en zo praatten we door elkaar zonder het in wezen oneens te zijn over de ernst van de toestand.
'Er komt vast oorlog,' was mijn stellige overtuiging, 'dat is de enige reden waarom ze Hitier destijds aan de macht hebben geholpen. Eerst de Duitse arbeidersbeweging kapot om elk verzet de kop in te drukken, en dan... hopsei Janne-ke.'
'Je hebt de Spaanse burgeroorlog,' meende Maurits, 'als we die winnen kan Hitier op de pot gaan zitten.'
Het zag er evenwel niet meer naar uit, dat dit zou gebeuren. Dat wisten we maar al te goed na de nederlagen van de laatste periode. Lex wist ervan mee te praten. Die had zelfs een maand in Spanje meegevochten, een maand, niet langer, hij was teruggestuurd omdat ze dachten dat hij tbc had.
'Als het aan mij lag ging ik naar Amerika,' merkte ik op. 'Je weet nooit wat er hier nog voor ellende komt. Jammer genoeg ben ik kantoorpik, hoe moet ik daar als kantoorbediende werk krijgen? Als je nou schoenmaker was, zoals Maurits, jij zou bij oom André kunnen werken, en met je kromme arm hoef je niet eens in militaire dienst.'
Die avond, aan tafel, spraken we er opnieuw over. Het was heus niet zo'n mesjogge idee, dat Maurits als schoenmaker naar Amerika zou emigreren. Waar is waar, vader zou hem in het stinkeltje hard missen. Misschien kon later het hele gezin wel nakomen. De schoenmakerij? De verkoop ervan bracht altijd de reiskosten op.
'Ik begin niet nog eens opnieuw,' zei vader korzelig. 'Het is me nu al een raadsel hoe ik het allemaal heb kunnen opbrengen, en zonder Maurits was het me zeker niet gelukt.'
136