en moeder zag er verzorgder uit. Zindelijk was ze altijd geweest tot het uiterste, sinds mijn herinnering waste ze zich 's morgens uitgekleed aan de ijskoude kraan in de keuken waar wij dan niet binnen mochten komen. Het waren haar kleren die haar veranderden. Dat had Bep zich tot taak gesteld, die moeder beklaagde omdat ze zo'n sloof was, die haar altijd prees om haar eindeloze goedheid, iets waar ik moeite mee had, elke keer opnieuw. Zij nam moeder mee naar een winkel om een jurk te kopen, nieuwe schoenen, een wollen vest, klopte bij vader aan voor het geld zonder dat deze zich er tegen verzette, repareerde onze kapotte kleren. En zelfs onze kat deelde in de vreugde, want zodra er een tennisballetje op de grond viel en nadanste rende hij er als een bezetene achteraan alsof hij de wind in zijn togus had.
Toen werd er gebeld.
Wie kon het zijn, zo vroeg op de zondagochtend?
Even later stapte Lex de huiskamer binnen, Lex, een gezamenlijke gawwer van Maurits en mij. Hij was zo mager, zijn botten staken door zijn vel, zijn geweldige neus scheen er nog groter door te worden, wat hem een treurig uiterlijk verleende, al grijnsde hij eeuwig. Nu evenwel stond zijn gezicht betrokken. Zwijgend ging hij zitten.
'Wat is er met jou aan de hand?' vroeg moeder bezorgd, 'het lijkt wel alsof je naar je lawaaie gaat en niet naar je chassene volgende week.'
'Me moeder is ertegen,' zei hij halfblèrrend, 'ineens mag het niet van haar. Haar handtekening heeft ze al geplaatst, het gaat wel door. Alleen wil ze geen bruiloft met ons vieren. Omdat mijn vader ook komt. Liever spring ik in de Keizersgracht, zegt ze, en nou ben ik woedend weggelopen.'
Er heerste een langdurige stilte na zijn woorden, niet omdat we geschrokken waren, zijn moeder kenden we langer dan vandaag, maar eenvoudig omdat we geen antwoord
134