BOTSING
Ik struikelde over de Chinese mat in de gang, waarvan de rand rafelde zonder dat er iets aan werd gedaan, zodat ik me schaamde en nooit iemand mee naar boven durfde te nemen. Alles was voor het stinkeltje, dat de plaats had ingenomen van onze zorg om Saartje. De ene machine was nog niet afbetaald of er werd een nieuwe aangeschaft met een hartstocht die nergens voor deugde. Goed, een aflapmachi-ne is handig om de zolen mechanisch aan de schoen te stikken. Geen pekdraad meer zoals vroeger, die vader zelf uit dunne draadjes vlastouw vervaardigde door er een aantal samen te bundelen, er met lange halen pek langs te trekken totdat er een taaie draad was gevormd, die met een kromme naald door de zolen kon worden geregen, waarin hij met een els gaten had voorgeprikt. Die handeling kostte tijd, enorm veel tijd, en natuurlijk betekende de machine winst. Met welk doel eigenlijk? Het geld dat de verbetering opbracht kwam het gezin immers niet ten goede, en werd onverbiddelijk besteed aan nieuwe aankopen van machines, die het stinkeltje in een miniatuurfabriek veranderden: stikmachine, penmachine, uitpoetsmachine, aflapmachine, schalmma-chientje, stanz. Niets mocht ontbreken. Waarom een nieuw meubelstuk thuis aanschaffen zolang de schoenmakerij niet compleet was? Geld voor een kledingstuk voor moeder? Daar had ze zelf niet eens behoefte aan, beweerde ze zuchtend. Dure kleren? De gojem maakten zich daar te sappel om, en kijk eens hoe ze aten? Margarine, beste boter vonden ze te duur. Alles voor het uiterlijk. Dat was niks voor ons. Intussen had ze alle aantrekkelijkheid als vrouw verloren. Waar zou ze zich te sappel om maken sinds Saartje dood was? Altijd in de rouw blijven scheen het enige alternatief. Daarvoor waren zak en as voldoende, in de meest letterlijke
126