Van alle kinderen thuis was hij de knapste geweest, en nu zat hij achter de schoenen, en er waren zelfs familieleden die een kwartier lopen te ver vonden en naar een andere schoenmaker gingen. Ze hadden er wel een waterdichte reden voor verzonnen. Hun schoenen waren niet op tijd klaar geweest, en dat klopte ongetwijfeld, want vader vergat het soms op te schrijven en dan was er altijd wel een klant met een haastkarweitje die vóór was gegaan. Of hij had niet aan het stikwerk gedacht, want hij had daar een hartgrondige hekel aan. Als jongen had hij geleerd schoenen helemaal uit het niets op te bouwen, schoenlapperswerk vond hij feitelijk beneden zijn stand. En al was hij niet neringziek, de desertie van familieleden onderging hij als een belediging, des te meer omdat hij vroeger, in zijn goeie dagen, de hele misj-poge royaal had geholpen.
Soms was vader misselijk van het stinkeltje, van klanten die zich voor een kwartje minder aan de overkant lieten belazeren, van misjpoge die zich boven hem plaatste, van het leven zelf dat hem zozeer parten had gespeeld, en dan liep hij thuis over te geven tot schrik van ons allemaal, omdat wij ons er geen raad mee wisten.
En steeds kregen wij te horen hoe het hem was tegenge-lopen.
Op school was hij de beste geweest, samen met een ander, maar die ander won het zilveren afscheidshorloge, vader kreeg een papiertje.
De bovenmeester interesseerde zich voor hem, wilde hem op een advocatenkantoor helpen, maar hij mocht van opa, toen nog vroom, niet op sjabbes werken.
Een vooraanstaande fabrikant in Twente, die vader door een toevalligheid had leren kennen, was belang in hem gaan stellen en wilde hem vooruit helpen in het leven. Toen het zover was ging de man toevallig dood.
In zijn vrije avonden leerde vader stenografie, blonk er
117