maar Martin is nog niet vrij, pas over drie dagen is hij aan de beurt omdat hij later werd vervolgd, en de zorg om hem is groot. Ik zal naar Miranda gaan, twee weten er meer dan één. Misschien is zij nog kwaad. Zij was immers tegen het geheim project? Als ik binnenkom zegt zij echter: 'Het was alsof ik Martin de trap op hoorde komen.'
Martin is iets dikker geworden, zijn wangen hebben nog de bleekheid van de cel, maar zijn ogen schijnen te staren naar verdere bestemming. Hij glimlach strak, gaat stijf zitten in de kamer op het hoofdbureau van politie, om er te wachten op het visum uit Tunesië. Miranda komt haastig binnen met Mrs. Baird, de vrouw van een Brits Lagerhuislid dat het vertrek van Martin heeft geregeld. Zij fluisteren even, dan verdwijnen zij weer om inkopen te doen voor de lange reis.
Bep komt Martin de hand drukken. Weer is Miranda er. Ze ziet onze oudste dochter en haar jonge man vertrekken, en zegt tegen mij: 'Zij vertegenwoordigen de jeugd van deze tijd: gevoelig, ernstig.' Mien Sneevliet wordt binnengelaten, met onze jongste bij zich die op haar lijkt en ruim een jaar voordat ik naar Latijns-Amerika vertrok, geboren is. Martin maakte mij er een verwijt van, maar ik ben de enige overlevende van mijn familie, en zonder kinderen had ik de schakel tussen verleden en toekomst verbroken, en waarom alleen strijden voor het geluk van de kinderen van anderen?
Nóg weet ik niet wat Martin met mij van plan is. In Nederland blijf ik niet na alles wat er is gebeurd, en in het Wereldsecretariaat wil ik niet meer, alleen met het trio en zijn vergaderingen ergens in het buitenland.
Nu nemen wij afscheid, na zoveel strijd en leed te hebben gedeeld. 'Wat is de bedoeling, Martin?' vraag ik, en hij antwoordt, zonder aarzelen: 'II faut que tu viennes aussi vite que possible.'
192