Een adjudant van politie komt binnen. Als hij hem achter zich wil sluiten waaien enige papieren op de grond. De rechter-commissaris raapt driftig de vellen op, kijkt in haar map, zoekt alles bij elkaar, en leest verder: 'Wist u dat Wim Nooteboom voor de politieke politie werkte?'
Een schok siddert door de boei die Martin en mij verbindt. Onrust is er ook achter de tafel van gezagsdragers, de officier van justitie probeert voorzichtig in te grijpen. Uitenboogaard kijkt verbijsterd, de vraag heeft hem overrompeld. 'Hoe komt u daarbij ?'
'Cornelis Vierwegen heeft volgens wat hier staat verklaard: "Nooteboom stelde mij gerust en zei: 'Je hoeft niet bang te zijn, ik ben aan alle kanten door de politieke politie gedekt.' " '
Ze heeft voorgelezen uit een verhoor waar wij niets van wisten.
Even is het stil. Schichtig kijkt Uitenboogaard in onze richting, slikt, antwoordt: 'Dat Nooteboom zulk werk deed wist ik al van na de oorlog, dus dat verhaal verbaast mij niet. Of hij in de laatste jaren nog contact met de politieke politie had is mij niet bekend.'
Terwijl de rechter-commissaris na elke vraag het antwoord van Uitenboogaard opnieuw formuleert en aan de griffier voor het verbaal dicteert, heeft zij nu een ander vel gepakt en vraagt verder aan Uitenboogaard: 'Wat wist u van die machines af?'
Onmiddellijk sta ik op en vraag: 'Waarom heeft de griffier het vorige antwoord van Uitenboogaard niet genoteerd?'
'U wilde toch geen vragen stellen?' bijt de rechter-commissaris mij toe, en dan, sarcastisch: 'U bent hier immers niet aanwezig?'
'Goed, ik ben hier niet aanwezig. Maar de officier van justitie wel, en de rechter-commissaris van Zuid-Limburg, en u zelf. Die zullen voor de rechtbank onder ede niet kunnen ontkennen wat Uitenboogaard hier heeft verklaard.'
176