Nu verklaar ook ik, niet aanwezig te zijn, en terwijl er nog schamper wordt gelachen is het plotseling stil: aan de Duitse kant wordt Uitenboogaard de keet binnengeleid. Hij is vergezeld van een Untersuchungsrichter, die erop wijst dat een verdachte volgens een bepaalde paragraaf niet verplicht is een getuigenverklaring af te leggen.
'Wilt u van dit recht gebruik maken?' vraagt de rechtercommissaris.
Uitenboogaard likt nog even aan de sigaret die hij zat te rollen, antwoordt: 'Nee mevrouw.'
Zij zijn een en al vriendelijkheid tegenover elkaar, maar zodra Uitenboogaard in onze richting kijkt verstrakt zijn gezicht tot een verbeten trek.
'Ik heb hier het getuigenverhoor voor me van Cornelis Vierwegen.'
Vierwegen, de 'Vakman' zoals Uitenboogaard hem noemde. Ze hebben hem onmiddellijk vrijgelaten. Hij heeft bij Wim Nooteboom gewerkt, is uit het verhoor gebleken en heeft duidelijk de politie getipt, al wordt het met klem ontkend.
Terwijl de rechter-commissaris uit het verbaal voorleest, vult Uitenboogaard aan en corrigeert als hij dit nodig oordeelt, steeds ten laste van Martin. Het is weerzinwekkend, en ik kan me niet aan het gevoel onttrekken dat het spelletje is ingestudeerd, al dagen tevoren.
'Wat is uw mening over Cornelis Vierwegen ?'
'Ik heb hem meegemaakt toen hij door de Duitse politie werd gearresteerd. Dat was bepaald niet een man die zich geen zorg maakte omdat men hem niets zou kunnen maken. Ik vond hem op dat moment een doodsbange psychopaat.'
Een ruk aan mijn hand onderbreekt opnieuw mijn poging, een stenografisch verslag te maken. Martin staat op. 'Agent provocateur!' schreeuwt hij naar Uitenboogaard.
174