verder,' zegt hij en staat op.
Ik word naar een cel onder het paleis van justitie gebracht, de ketting losjes om mijn pols, en ben er niet de enige. Een man, zenuwachtig van het wachten, moet voor het eerst voorkomen. 'Vooral onderdanig doen,' praten anderen hem in, 'dan vindt de rechtbank dat je schuldbewust bent en kom je er beter af.' Een jongen van ongeveer zestien jaar huilt, hij heeft de dag voor zijn examen een scheerapparaat gepikt. Twee jongen hebben een meisje verkracht en zijn vanmorgen verhoord. 'Eerst mocht het van haar,' stottert één van de twee, 'maar plotseling wou ze niet meer.' 'Jullie lijken wel beesten,' had de rechter-commissaris tegen ze geschreeuwd.
Onderdanig doen, daar krijgen ze mij niet voor. Maar als je de schuld op je neemt, hebben ze je dan niet klein? De schuld op je nemen om Martin te helpen is toch heel iets anders?
'Ken je deze brief?'
'Ja,' antwoord ik plotseling, tot grote verrassing van commissaris Boerslag en van mijn advocaat, die nu bij het verhoor is. 'Ik wil graag een verklaring afleggen.'
Haastig schuift de commissaris zijn schrijfmachine naar zich toe, draait er een vel papier in, leest hardop en tikt: 'Ik beken.'
De formulering snoert mij de keel dicht, zo begonnen de verklaringen van de oude bolsjewiki die voor de stalinistische terreur door de knieën waren gegaan. Dat is heel iets anders, idioot, zij kwamen met de meest waanzinnige schuldbekentenissen, om ten slotte Trotsky te besmeuren. En je noemt toch verder geen namen?
'Ja, ik beken.'
Terwijl de commissaris zich over de schrijfmachine bukt, dicteer ik: 'In het begin van 1958 werd van Algerijnse zijde met mij persoonlijk contact opgenomen, waarbij mij werd
169