Het verhoor
Om kwart voor zeven opstaan, wassen in een tinnen schaal, scheren en het mesje weer inleveren, bed opmaken, eten, tot half negen wat lopen dromen of zitten lezen, half negen luchten tot negen uur.
Maar als ik de luchtplaats betreed is er al een ander, wat nooit eerder is gebeurd. Een man van misschien veertig jaar loopt haastig heen en weer zoals je hyena's ziet lopen in een hok in Artis, met het hoofd schuddend en schichtig naar je kijkend, om zich daarna in een drafje van je af te wenden. Hij doet een trek aan zijn sigaret, inhaleert diep, blijft dan staan om kennis te maken. Hij was boekhouder en al enige keren veroordeeld wegens verduistering; mocht zijn vak niet meer uitoefenen; deed het toch want ander werk kon hij niet krijgen; kwam weer in aanraking met de rechter en heeft nu tbr. Tbr? Weet je dat niet? Ter-beschikking-gesteld-van-de-regering. De hel. Ze doen met je wat ze willen. In de inrichting zei de psychiater, een vrouw: 'Jullie zijn hier met meer dan honderd, ik ben alleen en kan al die mensen niet helpen. Als je je twee jaar goed gedraagt word je ontslagen.' Maar hij is gevlucht, omdat zijn vrouw met hem wilde breken, en nu hebben ze hem weer te pakken en wacht hij in het huis van bewaring op een nieuwe plaats ergens in een regeringsinrichting. Natuurlijk, hij heeft over onze zaak gelezen: 'Dat wordt wel maart eer jullie voorkomen.'
163