reldpartij en hij niet. Hij wilde het wel worden in het begin. Martin was daar tegen.
'Vertel ze maar dat ik een arbeider ken die een goed vakman is. Hij interesseert zich helemaal niet voor de politiek, maar hij is mij persoonlijk ter wille. Als hij er iets mee verdient, kan de rest hem niet schelen. Om die persoonsbewijzen werkelijk op tijd klaar te hebben is er geen andere oplossing.'
Zo wordt afgesproken na veel aarzeling, en op uitdrukkelijke voorwaarde dat de man alleen met Uten in verbinding blijft en van ons verder geen weet heeft. Wij duiden hem aan als de Vakman.
'Morgen moet je naar Duitsland,' houdt Miranda mij voor. Hoe komt ze daarbij? Martin is er toch heen? Trouwens, hoe zou ik kunnen?
'Er komt een heel belangrijke frère over, uit de hoogste top. Je móét daar bij zijn.'
'Waarom is dat me niet eerder gezegd, ik kan toch niet zo van mijn werk wegblijven?'
'Hou je ziek.'
'Ik heb tegenwoordig dezelfde dag de bedrijfsarts bij me thuis.'
'In elk geval móét je erheen. Dis que tes parents sont venus,' snauwt Miranda me toe. Of heeft ze des parents gezegd.
Op elk gebied zijn beslissingen genomen, en bij de uitvoering ervan wordt op onze bemiddeling gerekend. Zó ziet een topleider van het Bevrijdingsfront er dus uit. Hij heeft een bril op met donkere glazen, wat aan zijn gezicht iets onpersoonlijks geeft. Zo is ook het contact: onpersoonlijk. Moest ik daarvoor mee naar Duitsland? Als hij Martin een pakje wil overhandigen dat hij goed moet wegstoppen, neem ik het aan. Martin mag aan de grens geen risico lopen. Wat
139