EEN STUKJE POLITIEKE GESCHIEDENIS. 189
mitsgaders een rond hairkapzel met poeder.”
Toen de Bataafsche Republiek plaats moest maken voor het Koninkrijk Holland, werd de inrichting van het Gemeentebestuur ook geheel veranderd. Aan het hoofd kwam nu een door den Koning voor twee jaren benoemden Burgemeester te staan, die een salaris van 5000 gulden genoot, terwijl het tractement voor de 4 Wethouders op 2500 gulden bepaald werd. Bij hen berustte het dagelijksch bestuur. De vroedschap bestond uit 36 leden. Het oppertoezicht op de Gemeentebesturen was in handen van den Drost van het Kwartier. De vroedschap zelf had weinig invloed. Jaarlijks riep de Drost haar onder voorzitterschap van den Burgemeester bijeen, om de nominatie voor de Wethouders op te maken, de begrooting vast te stellen en te spreken over de belangen van de stad. Ook de Wethouders en de Vroedschap werden door den Koning benoemd; en wel het eerste jaar na het in werking treden der wet zonder nominatie, later uit dubbeltallen, waarvan de Drost het eene, Burgemeester en vroedschap het andere opmaakten. De leden der vroedschap werden voor 5 jaren benoemd en waren herkiesbaar. Burgemeester en Wethouders maakten er geen deel van uit. Tot Burgemeester werd benoemd Mr. Jan Wolters van de Poll, die