190 EEN STUKJE POLITIEKE GESCHIEDENIS.
tot de vroegere Oranjegezinden behoord had en daarom ook in 1789 door den Prins tot lid van de Vroedschap was benoemd.
Toen het Koninkrijk Holland in 1810 bij Frankrijk werd ingelijfd, bleven de Gemeentebesturen voorloopig onveranderd; alleen heette de Burgemeester voortaan Maire, de Wethouders Adjoints du Maire en de vroedschap Conseillers Munici-paux. Daar Burgemeester Van de Poll sénateur van het Fransche Keizerrijk was geworden, werd in Januari 1811 W. J. van Brienen van de Groote Lindt tot zijn opvolger benoemd. Het College van Thesaurieren werd opgeheven en de zorg voor de financiën aan een Thesaurier toevertrouwd.
Bij Keizerlijk Decreet van Mei 1811 werden er 11 Adjuncten van den Maire benoemd. Onder oppergezag van den Prefect berustte bij den Maire het bestuur. Het aantal conseillers municipaux bedroeg 30. Bij de instelling van dit nieuwe Gemeentebestuur schijnt de belangstelling der aangestel-den niet heel groot geweest te zijn: slechts 11 dei aangestelden waren aanwezig. De vergaderingen van den Raad, die niet veel meer vermocht dan advies uitbrengen, waren ook niet druk gezocht en dikwijls onvoltallig. In October 1813 werd de laatste vergadering van den Conseil municipal gehouden. Den zestienden November immers had